Infrastructuur    

Algemeen Recreatie Ontspanning Informatie Links Fotoboek

Back Up Next

 

DE WEGEN

Rond 1830 lieten de wegen in de Kempen veel te wensen over. Grondstoffen, mest en afgewerkte producten moesten evenwel vervoerd worden. De moeilijkheden waren zo groot dat mensen, die ver van Leopoldsburg verhuisden, het grootste deel van hun meubels verkochten en zich ter plaatse nieuwe aanschaften. Gouden zaken voor de plaatselijke meubelmakers!

Voor het ontstaan van het Kamp van Beverlo was er in feite maar één verharde kasseiweg die Luik via Hechtel met Nederland verbond. Vanaf 1835 had Beverlo dus meer dan ooit behoefte aan verharde wegen. Het gemeentebestuur had hierbij niet alleen de bloei van handel en nijverheid voor ogen, maar ook de verfraaiing van het dorp. Ook de postkoetsen die reeds voor de aanleg van wegen reden, zouden baat hebben bij een verbetering van het wegennet. Anderzijds wenste ook de legeroverheid dat er verharde wegen kwamen. Dit was dringend nodig om de bevoorrading van het kamp te vergemakkelijken. Dank zij een goede samenwerking tussen het gemeentebestuur en de legeroverheid was het mogelijk om Leopoldsburg tussen 1851 en 1880 van goede kassei- en grindwegen te voorzien.

Bij de wegen maakte men een onderscheid tussen staats- en buurtwegen. Het jonge Bourg-Leopold telde twee staatswegen:

  • de weg Beringen-Hechtel die het centrum van Leopoldsburg Heppen en Beverlo doorkruist . Deze weg sloot aan op de weg Beringen-Diest. Hierdoor waren de legerkampen Diest en Leopoldsburg met elkaar verbonden; 
  • de weg Leopoldsburg-Mol die in 1852 voltooid was.

Aan de verbetering van de buurtwegen werd in de beginperiode eveneens veel zorg besteed. In 1855 ontving de gemeente subsidies om de wegen tussen Leopoldsburg en respectievelijk Lommel, Koersel, Olmen en Veerle te voorzien van kasseien. In de gemeente zelf werd vooral rond het gemeentehuis en aan de Noorderlaan met man en macht aan de bestrating en de afwatering gewerkt.

In 1864 schonk de staat 500 loofbomen aan de gemeente. Ze werden geplant langs het Koningsplein, de Louisastraat, de Noorder-, de Chazal- en de Nicolaylaan. Door deze verfraaiing kregen de straten, lanen en pleintjes een aangenamer uitzicht. Na deze beginperiode van aanleg en verfraaiing van wegen, viel het eigenlijk een beetje stil. Enkel het centrum werd begin 20ste eeuw nog van goede wegen voorzien. Pas rond 1950 werden stevige betonlanen dwars door het kamp aangelegd. De gehuchten rond het centrum werden pas veel later, namelijk na 1950 van degelijke straten voorzien.

HET KANAAL VAN BEVERLO

Ondanks de uitbreiding en verbetering van het wegennet kon het leger nog niet voldoende en vooral niet snel genoeg bevoorraad worden. Men keek dan maar uit naar een transportmogelijkheid over het water. In amper drie jaar tijd, tussen 1854 en 1857, werd met duizenden arbeiders een verbindingskanaal tussen Leopoldsburg en de Kempische vaart gegraven. Dank zij het hydrostatisch evenwicht van de waterspiegel hoefde men geen sluizen aan te leggen. Door de verbinding met het Kempisch kanaal konden de binnenschepen nu tot in Antwerpen, Charleroi, Leuven, Brussel en Luik varen. De eerste binnenschepen die Leopoldsburg via het nieuwe kanaal bereikten waren de "Hercules" en de "Charlemagne" die samen 190 ton steenkolen aanvoerden uit Luik. Burgermeester Vander Elst en secretaris Caimo waren bij de aankomst van de schepen op 12 juni 1857 aanwezig om het evenement te vieren. Later, op 15 oktober 1857 werd de 17 km lange waterweg officieel geopend.Toen werd ook de kanaalkom aangelegd. Hierin werd achteraf (tijdelijk) een ondiep zwembad afgebakend waar men de soldaten leerde zwemmen. Het kanaal zorgde destijds niet alleen voor een efficiënt en vlot transport, maar het diende tevens om de dorre heide te irrigeren en vruchtbaar te maken.Het kanaal werd nooit gemoderniseerd en, omdat het slechts schepen met beperkte tonnenmaat toeliet, verloor het vlug aan economisch belang, vooral omdat in 1878 de eerste trein in Leopoldsburg stopte.
Vandaag vervult het kanaal een toeristische rol. De kanaalkom en een deel van het kanaal dienen als jachthaven, voorzien van alle mogelijke accommodaties voor de pleziervaarders. Aan beide oevers werden kilometerslange fiets- en wandelpaden aangelegd. De jachthaven is een ideale vertrekplaats voor een lange fietstocht van Leopoldsburg naar Balen en Mol, van waar men alle richtingen uit kan.

De kanaalkom met het clubgebouw Drakar.

De eerste trein

Niettegenstaande verwoede pogingen van burgemeester Vander Elst, gesteund door het leger, was het wachten tot 1878 om de eerste stoomtrein vanuit Mol en Diest in Bourg-Leopold te zien aankomen.
De verbinding met Hasselt werd pas in 1918, na de opening van de steenkoolmijnen, aangelegd.

In 1879 werd door de Fransman Decauville een kleine smalspoorweg doorheen het kamp getrokken om goederen te vervoeren en de militairen naar de oefenpleinen te brengen. In 1914 werd het spoorwegstation met het Decauvillestation in het militair kamp verbonden.

De allereerste stoomtrein.

Zicht op het perron richting Antwerpen

Het stationsgebouw, gelegen in het centrum van de gemeente, was een pluspunt voor de reizigers.
Door de opkomst van lijnbussen en de uitbreiding van het autoverkeer, verloor de trein na de Tweede Wereldoorlog aan belang. Van de rechtstreekse verbinding tussen Antwerpen en Hasselt, bleef enkel de zijlijn Mol-Hasselt met slechte verbindingen over.

Het stationsgebouw van Leopoldsburg vroeger en nu

De stoomtram

Tien jaar na de eerste trein reed in 1888 de eerste stoomtram van Bourg-Leopold naar Bree. Twee jaar later werd de verbinding met Maaseik voltooid. De tram stopte in de carres (militair kamp) en kwam naast "den ijzeren weg" te liggen.
Hierdoor werd Bourg-Leopold een belangrijk knooppunt op de tramlijn Beringen-Maaseik en op de spoorweg Diest-Mol.

De stoomtram anno 1890.

De oude tramhalte aan de Nicolaylaan.

In 1949 werden de trams vervangen door groene en rode lijnbussen, wat de mobiliteit van de steeds toenemende bevolking aanzienlijk vergrootte.

De Post

Reeds voor de aanleg van steenwegen reden er postkoetsen (mallepost) die dagelijks onze regio met Diest en Hasselt verbonden. In die tijd duurde de reis heen en terug bijna een hele dag. Vanaf 1835 was er een dagelijkse postkoets tussen het Kamp en Brussel en vanaf 1836 kon men ook dagelijks met de postkoets naar Herentals reizen. In de winter werd deze rit weliswaar slechts eenmaal per week gereden.

Sinds 1904 is de post gevestigd in het huidige gebouw. Het eerste postgebouw werd in 1838 op de hoek van de oude pastorij en de huidige post gebouwd.

Het postgebouw van Leopoldsburg vroeger en nu

Elektriciteit

In 1912 werd de "Societe d'Electricite de la Campine" opgericht. Twee van de zes oprichters waren Habets, directeur en Sauvetin, technisch directeur van de mijn van Beringen. Op dat ogenblik was er reeds een voorontwerp van overeenkomst om het kamp van Beverlo van elektriciteit te voorzien. Ook met de omliggende gemeenten, waaronder Leopoldsburg, werd er over stroomvoorziening onderhandeld. Intussen waren de gemeenten reeds benaderd door een concurrerende firma, namelijk de "Compagnie des Distributions Electriques".
In de Gazet van Hasselt van 1 maart 1913 kon men lezen: "De carre's zullen worden voorzien van drie hoogstnodige instellingen: een goede verlichting, waterleiding en een riolenstelsel. Weldra zullen de bij avond zo droef om/oere lanen door elektriciteit verlicht worden".

In 1913 werd begonnen met de uitbreidingswerken en de bouw van nieuwe kazernes. Reden te meer voor de twee concurrerende firma's om de levering van elektriciteit in het kamp te verkrijgen. Paul Habets van de "Campine" onderhandelde met commandant Schoofs van de Genie. Deze trad zowel op voor het kamp als voor de gemeente Leopoldsburg. Tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kwam het echter niet tot een overeenkomst.

In 1914 werd het militair kamp door de Duitsers bezet die het uiteindelijk van elektriciteit voorzagen. Vanuit de centrale van Beringen werden hiervoor twee hoogspanningslijnen naar het kamp getrokken.

In december 1918 vroeg Leopoldsburg om stroomlevering, zowel voor de verlichting als voor drijfkracht. Aanvankelijk kwam er geen akkoord omwille van de hoge prijs per kilowatt. In mei 1919 werd de stroom naar het kamp zelfs tijdelijk afgesloten. Drie maanden later kwam er dan via commandant Schoofs toch een overeenkomst.

Eind 1920 telde Leopoldsburg reeds 402 aansluitingen. In Heppen werd in 1923 een eerste cabine gebouwd waarop vijftig huisgezinnen aansloten.

 

Geschiedenis ] Gehuchten ] Bezienswaardigheden ] Politiek ] Onderwijs ] [ Infrastructuur ] Tewerkstelling ] Specialiteiten ] Heemkunde ]

Voor alle info over Leopoldsburg contacteer de dienst Toerisme Leopoldsburg of de Gemeente Leopoldsburg.
Voor alle vragen over de website contacteer de webmaster Witters Chris.